1. In het buitengewoon onderwijs hebben we een uitdagende opdracht.

* De mogelijkheden van kinderen met specifieke onderwijsbehoeften optimaal aanspreken en in ontwikkeling brengen om de totale persoonlijkheid - het kennen, het kunnen en het zijn - zo evenwichtig mogelijk te ontplooien.

* Kinderen ondersteunen of voorbereiden op volwaardige participatie aan de maatschappij.

* Werken aan een zo groot mogelijke zelfredzaamheid binnen een al dan niet beschermd leef-, bezigheids- of arbeidsmilieu.

* Voorbereiden van onze kinderen op het uitoefenen van een ambt of beroep in het gewone arbeidscircuit.

* Voorbereiden van onze kinderen op het verderzetten van hun studies in het gewoon onderwijs.

* Kortom kinderen opvoeden tot een zo kwalitatief mogelijk leven in wonen, werken en vrije tijd.

Blijkt dat integratie een belangrijke onderwijsbehoefte van de kinderen is. In realiteit is die volledig geïntegreerde werking vaak niet mogelijk.

 

Alle leerkrachten die werken met kinderen met ASS moeten steeds de achterliggende opdracht, namelijk dat zij kinderen stimuleren om zo zelfstandig mogelijk te functioneren, voor ogen houden.

 

Kinderen mogen niet afhankelijk worden van de systemen die we hen aanbieden.

 

Dit wil o.a. zeggen dat er flexibiliteit moet nagestreefd worden. Flexibiliteit met de nodige hulpmiddelen zodat er kan gezorgd worden voor basisrust. Onze kinderen komen tot leren als er basisrust is, er wordt altijd gestreefd naar een minimum aan stress.

 

Flexibiliteit houdt ook in dat we de kinderen niet afhankelijk maken van systemen.

 

We moeten onze kinderen leren leven met hun autisme!

 

In onze school kan, vanaf 1 september ’16, voor kinderen met de diagnose autisme (= type 9) een klas gekozen worden met geïntegreerde werking of een specifieke autiklas.

De keuze van de klas is afhankelijk van de onderwijsbehoefte van het kind. Samen met ouders, CLB, hulpverleners, revalidatiecentrum,… wordt gekeken in welke klas het kind het best aansluiting vindt.

1.1. Wat is een geïntegreerde werking?

De diagnose autisme betekent niet dat een leerling altijd les in een speciale autiklas volgt. Met de geïntegreerde autiwerking streeft men naar een autismevriendelijke aanpak en omgeving voor leerlingen met autisme. Met de specifieke ondersteuning kan een leerling met autisme les volgen in een klas met leerlingen zonder autisme.

Binnen het schoolteam is er een gespecialiseerd autiteam. Leerkrachten en ouders kunnen bij hen terecht met vragen. Kinderen met autisme krijgen extra ondersteuning in en rond het klasgebeuren. De ondersteuning kan bestaan uit:

 

* visuele hulpmiddelen aanreiken zoals een dagschema, stappenplan, …

* extra begeleiding tijdens spel of vrije momenten

* extra aandacht voor de ontwikkeling van sociale vaardigheden en communicatie

* …

 

Er wordt individueel bekeken welke onderwijsbehoeften elk kind heeft op vlak van onderwijsondersteuning.

1.2. Wat is een autiklas?

Een autiklas ziet er niet alleen anders uit dan een gewone klas, ook de ondersteuning is specifiek en op maat van de leerling met autisme. Alles is zo ingericht en aangepast zodat de leerling er zich in de eerste plaats goed en veilig voelt. De leerkrachten proberen zich voortdurend te verplaatsen in het autistisch denken van het kind.

 

Enkele kenmerken op een rijtje:

 

* kleine klasgroep met enkel lln. met autisme

* individueel leertraject

* aandacht voor duidelijke en aangepaste (alternatieve) communicatie

   (bv. probleem: moeite met figuurlijk taalgebruik/ moeite met wat niet gezegd wordt

   oplossing: gerichte vragen stellen/ voortduren verhelderen van de context)

* concrete communicatie: eenduidig, expliciet, positief

* verduidelijken van tijd en activiteiten met visuele hulpmiddelen en stappenplannen (dagschema’s, time-timer)

* aanpassingen aan de ruimte: bepaalde plek voorbehouden voor specifieke activiteit(en), eigen prikkelarme werkplek, …

* verduidelijken en afbakenen van taken (duidelijk begin en duidelijk einde)

* regels en afspraken worden gevisualiseerd

* specifieke aandacht voor speelplaatswerking

* zorgen voor transfer

* leren uit ervaringen lukt niet

* ‘wachtbak’ in de klas (Wat kan je doen als er tijd over is? Invulling geven)

* grenzen/ structuur aanbieden

* …

1.3. In welke klas welk kind?

Om te kijken in welk soort klas een kind met autisme best past, is voor elk kind een ruime beeldvorming nodig. Dat wil zeggen dat de mogelijkheden van elk kind op verschillende domeinen zoveel mogelijk in kaart worden gebracht. Van hieruit vertrekt later het individueel handelingsplan voor elk kind.

 

Onderzoek wijst uit dat jongere kinderen dikwijls meer baat hebben bij een aparte autiwerking. Oudere kinderen kunnen beter een geïntegreerd werking aan.

 

Na overleg beslist het team van leerkrachten en paramedisch personeel in welke klas het kind best past.

© 2016  Piet Becaus voor kbo Kameleon - Cocon

0479 41 97 61   /   greet.weyme@kbonet.be /  Doorn 17, 9700 Oudenaarde